Login

FAQ in zake inkomstenbelastingen, hypothecair krediet en levensverzekering: 28/05/2013


Gepubliceerd door: Paul Heymans

1. Opeenvolgende fiscale hypothecaire woonregimes in de tijd
1.1 Fiscaliteit vóór 1 januari 1989
1.1.1 Op welke hypothecaire kredieten heeft deze fiscaliteit betrekking?
1.2 Klassieke fiscaliteit
1.2.1 Op welke hypothecaire kredieten heeft de klassieke fiscaliteit betrekking?
1.3 Woonbonus
1.3.1 Op welke hypothecaire kredieten heeft de woonbonus betrekking?
1.3.2 Welke hypothecaire kredieten genieten de woonbonus?
1.4 Omvang van het fiscaal voordeel met betrekking tot al deze hypothecaire woonregimes
 

 

2. Hypothecaire woonfiscaliteit voor 1 januari 1989
2.1 Hoe werkt deze fiscaliteit?
2.2 Hoe werkt de basisaftrek van de interesten?
2.3 Hoe werkt de belastingvermindering met betrekking tot het afgelost kapitaal?
2.4. Hoe werkt de belastingvermindering met betrekking tot de premies van individuele levensverzekeringen van tak 21 en/of tijdelijke overlijdens- of schuldsaldoverzekeringen die een hypothecair krediet reconstitueren of waarborgen?
 

 

3. Klassieke hypotheekfiscaliteit eigen/enige woning bouwsparen
3.1 Hoe werkt deze klassieke hypotheekfiscaliteit?
3.2 Hoe werkt de basisaftrek van de interesten?
3.3 Hoe werkt de bijkomende interestaftrek?
3.3.1 Welke zijn de voorwaarden om de bijkomende interestaftrek te genieten?
3.3.2 Welke zijn de bijkomende voorwaarden in geval van renovatie?
3.4 Hoe werkt de belastingvermindering met betrekking tot het afgelost kapitaal?
3.5 Hoe werkt de belastingvermindering met betrekking tot de premies van individuele levensverzekeringen van tak 21 en/of tijdelijke overlijdens- of schuldsaldoverzekeringen die een hypothecair krediet reconstitueren of waarborgen?
 

 

4. Woonbonus
4.1 Hoe de woonbonus genieten ingevoerd op 1 januari 2005?
4.1.1 Welke zijn de aftrekbare bestanddelen van de hypotheeklast?
4.1.2 Geeft de belastingplichtige het kadastrale inkomen (KI) aan van zijn enige & eigen woning?
4.1.3 Welke zijn de fiscale plafonds?
4.1.4 Welk is het eerste van de 10 jaar?
4.1.5 Vanaf wanneer vervallen de verhoogde aftrekken?
4.1.6 Hoe wordt het fiscale voordeel berekend?
4.1.7 Aan welke voorwaarden dient het krediet moet voldoen om de woonbonus te genieten?
4.1.8 Hypotheekstelling of hypothecair mandaat of hypotheekbelofte?
4.1.9 Legt de fiscale wetgeving een minimumlooptijd op? Een maximumlooptijd?
4.1.10 Wat dient te worden verstaan onder verwerven en behouden?
4.1.11 Welke hoedanigheid dient de verwerver te hebben?
4.1.12 Wat wordt er verstaan onder Europese Economische Ruimte?
4.1.13 Wat is de definitie van de eigen woning?
4.1.14 Wat is de definitie van de enige woning?
4.1.15 Aan welke voorwaarden dient de levens-/overlijdensverzekering te voldoen om de woonbonus te genieten?
4.2 Concrete aandachtspunten en vragen met betrekking tot de toepassingsmodaliteiten van de woonbonus
4.2.1 Kan een korf alleen met interesten worden opgevuld?
4.2.2 Hoe de korf maximaal opvullen?
4.2.3 Is het aangewezen de korf gedeeltelijk op te vullen met periodieke premies van levens-/overlijdensverzekeringen?
4.2.4 Kan een tak 23-verzekering de korf opvullen?
4.2.5 Kan een tak 26-product de korf opvullen?
4.2.6. Wat is het fiscale regime van een tak 26-product?
4.2.7 Kunnen partners de hypotheeklasten in de woonbonus vrij verdelen zo de dubbele korf niet opgevuld geraakt?
4.2.8 In welk uitzonderlijk geval dient de belastingplichtige het kadastrale inkomen (KI) van zijn enige & eigen woning aan te geven?
4.2.9 Heeft het niet langer aangeven van het kadastrale inkomen (KI) van de “enige & eigen woning” gevolgen?
4.2.10 Is het nuttig een krediet op te splitsen in een deel met hypotheekstelling en een deel met hypothecair mandaat of hypotheekbelofte?
4.2.11 Voldoet een overbruggingskrediet aan de voorwaarden om de woonbonus te genieten?
4.2.12 Voldoet het krediet ter herfinanciering van een overbruggingskrediet aan de voorwaarden om de woonbonus te genieten?
4.2.13 Welk criterium is doorslaggevend: de datum van het krediet of die van de hypotheekstelling?
4.2.14 Nieuwbouw en oude woning op dezelfde grond
4.2.15 Dubbele voorwaarde "enige & eigen" woning: voorbeeld
4.2.16 Wat in geval van gedeeltelijk beroepsgebruik van de woning?
4.2.17 Waaruit bestaat het keuzerecht in geval van bijkomend hypothecair krediet?
4.2.18 Tweede bijkomend hypothecair krediet en keuzerecht: voorbeeld
4.2.19 Heeft de verwerving van een tweede woning na 10 jaar woonbonus negatieve fiscale gevolgen?
4.2.20 Komt een kangoeroewoning in aanmerking voor de woonbonus?
4.2.21 Wat is de impact van de gesplitste aankoop op de woonbonus?
4.2.22 Heeft de belastingplichtige eerder belang bij hypotheekoverdracht van zijn lopend krediet van vóór 2005 of bij de vervroegde terugbetaling ervan en het afsluiten van een nieuw krediet onder de woonbonus?
4.2.23 Kan een groene lening de woonbonus genieten?
 

 

5. Cumul van de klassieke woonfiscaliteit en de woonbonus
5.1 Welke zijn de toepassingsgevallen krachtens de circulaire van 17 juli 2007?
5.1.1 Voorafgaande terugbetaling van het lopende krediet
5.1.2 Verkoop en nieuwe verwerving
5.1.3 Tekoopstelling en nieuwe verwerving
5.1.4 Hypotheekoverdracht
5.1.5 Verwerving oude woning in mede-eigendom via erfenis
5.2. Bestaan er nog andere gevallen?
 

 

6. Fiscaliteit van de andere dan de eigen/enige/eigen & enige woning : lange termijn sparen
6.1 Hoe werkt deze fiscaliteit?
6.2 Hoe werkt de aftrek van de interesten?
6.3 Hoe werkt de belastingvermindering met betrekking tot het afgeloste kapitaal?
6.4 Hoe werkt de belastingvermindering met betrekking tot de premies van individuele levensverzekeringen van tak 21 en/of tijdelijke overlijdens- of schuldsaldoverzekeringen die het hypothecair krediet reconstitueren of waarborgen?
 

 

7. Herfinanciering
7.1 Welk fiscaal regime is van toepassing in geval van herfinanciering?
7.2 Hoe het toepasselijk fiscaal regime bewijzen tegenover de belastingadministratie?
7.3 Kan een herfinancieringskrediet de woonbonus genieten?
 

 

8. Vrije individuele levensverzekering : lange termijn sparen
8.1 Hoe werkt de belastingvermindering van de premies van individuele levens-/overlijdensverzekeringen?
8.2 Welk begunstigingsbeding bij overlijden dient te worden gebruikt?
 

 

9. Pensioenspaarverzekering
9.1 Kan de woonbonus gecombineerd worden met de belastingvermindering op een pensioenspaarverzekeringspremie?
9.2 Hoeveel bedraagt de belastingvermindering in pensioenspaarverzekering?
9.3 Met welke doel dient het hypothecair krediet te worden afgesloten om de aanwending mogelijk te maken van de pensioenspaarverzekering als waarborg of ter reconstitutie van het krediet?
9.4. Welke verzekeringscombinaties zijn toegelaten in pensioenspaarverzekering?
9.5 Moet de pensioenspaarverzekering behoren tot tak 21 klassiek of flexibel?
9.6 Is het raadzaam een overlijdensdekking (en meer in het bijzonder een SSV) af te sluiten in het regime van de pensioenspaarverzekering?
9.7 Voor welk bedrag dient de kredietnemer zich te verzekeren in pensioenspaarverzekering?
9.8 Welk begunstigingsbeding bij overlijden dient te worden opgenomen in het pensioenverzekeringscontract?
9.9 Is het toegelaten premies van twee verschillende pensioenspaarverzekeringen af te trekken binnen hetzelfde aanslagjaar?
 

 

10. Persoonlijke bijdragen van de statutaire groepsverzkering betaald door de werknemer
10.1 Kan de woonbonus gecombineerd worden met de aftrek van de persooonlijke bijdragen van de statutaire groepsverzekering betaald door de werknemer?
10.2 Hoeveel bedraagt de belastingvermindering van de persoonlijke groepsbijdragen?
10.3 Met welke doel dient het hypothecair krediet te worden afgesloten om de aanwending mogelijk te maken van de pensioenspaarverzekering als waarborg of ter reconstitutie van het krediet?
 

 

11. Vrijwillig aanvullend pensioen zelfstandigen (VAPZ)
11.1 Kan de woonbonus gecombineerd worden met de aftrek van het VAPZ?
11.2 Hoeveel bedraagt de maximum aftrekbare VAPZ-premie?
11.3 Waaruit bestaat het verschil tussen het gewone en sociale VAPZ?
11.4 Hoe wordt de premie van het VAPZ afgetrokken?
 

 

12. Fiscale attesten
12.1 In hypothecair krediet?
12.2 In individuele levensverzekering woonbonus, bouwsparen of lange termijn sparen?
12.3 In pensioenspaarverzekering?
12.4 Voor de persoonlijke bijdragen in het raam van een statutaire groepsverzekering?
 

 

13. Vereffening van levensverzekeringscontracten overgedragen aan de hypotheciare schuldeiser
13.1 Het geheel of gedeeltelijk op termijn komen van reconstitutiekredieten
13.1.1 Reconstitutie via een individuele levensverzekering
13.1.1.1 Hoe wordt een reconstituerende individuele levensverzekeringspolis belast?
13.1.1.2 Hoe worden de vrije kapitalen belast?
13.1.1.3 Praktische toepassingsgevallen met betrekking tot 12.1.1.1 & 12.1.1.2
13.1.1.4 Wordt de winstdeling (zo die er is) belast?
13.1.1.5 Kan er vervroegd worden afgekocht op basis van ditzelfde taxatiesysteem?
13.1.1.6 Bijzondere toepassing: de vervroegde gemengde levensverzekering
13.1.1.7 Heeft de verzekeringnemer de keuze tussen fictieve rente of éénmalige taxatie?
13.1.1.8 Hoe gebeurt de taxatie in geval van pensioenspaarverzekering?
13.1.1.9 Hoe gebeurt de taxatie in geval van VAPZ?
13.1.1.10 Gelden voormelde regels alleen voor reconstitutiekredieten?
13.1.2 Reconstitutie via een reglementaire of statutaire groepsverzekering
13.1.2.1 Zijn er verschillen met de fictieve rente in zake individuele levensverzekering?
13.1.2.2 Wordt de winstdeling belast?
13.2 Vrijwillige vervroegde terugbetaling van reconstitutiekredieten
13.2.1 Hoeveel bedraagt de taxatie zo de kredietnemer afkoopt?
13.2.2 Is de taxatie in individueel leven dezelfde als in groep?
13.3 Vervroegde terugbetaling bij overlijden door het toegevoegd (= reconstituerend) of aangehecht levensverzekeringscontract
13.3.1 Zijn er fiscale gevolgen bij bouw- of lange termijn sparen?
13.3.2 Zijn er fiscale gevolgen bij vereffening van een pensioenspaarverzekering?
 

 

14. Hiërarchie van de verschillende belastingverminderingen
14.1 Aan welke fiscaliteit dient voorrang te worden verleend?
14.2 Is de belastingvermindering van de pensioenspaarverzekering cumuleerbaar met de hypotheekfiscaliteit?
14.3 Is de belastingvermindering van de persoonlijke bijdragen van de statutaire groepsverzekering cumuleerbaar met de hypotheekfiscaliteit?
 

 

15. Belastingaangifte en fiscale codes
15.1 Welke fiscale codes gebruiken in het raam van de fiscaliteit van vóór 1989?
15.2 Welke fiscale codes gebruiken voor de klassieke fiscaliteit van de eigen/enige woning: bouwparen?
15.3 Welke fiscale codes gebruiken in geval van woonbonus?
15.4. Welke fiscale codes gebruiken bij van cumul tussen klassieke (bouwsparen) en nieuwe (woonbonus) fiscaliteit?
15.5 Welke fiscale codes gebruiken in geval van fiscaliteit van de andere dan de eigen/enige/enige & eigen woning: lange termijn sparen?
15.6 Welke fiscale code gebruiken voor de interesten van de groene lening in de mate dat die de woonbonus niet genieten?
15.7 Welke fiscale codes gebruiken in geval van vrije individuele levensverzekering: lange termijn sparen?
15.8. Welke fiscale code gebruiken voor de pensioenspaarverze-keringspremie?
15.9 Welke fiscale code gebruiken voor de persoonlijke bijdragen van de statutaire groepsverzekering?
15.10 Welke fiscale code gebruiken bij fictieve rente?
 

 


6005 keer bekeken

Rubrieken: Personenbelasting

woning personenbelasting aangifte hypothecaire lening levensverzekering woonfiscaliteit enige en eigen woning










Favoriete tweets van TaxWorld