Login

Een korte inleiding tot de nieuwe innovatieaftrek


Gepubliceerd door: Wim Putzeys

Onder druk van de OESO werd de aftrek voor octrooi-inkomsten geschrapt. Niet enkel in België trouwens, nog vijftien gelijkaardige regimes uit andere OESO-landen vielen bij de OESO in ongenade. In België werd wel onmiddellijk een nieuw regime ingevoerd dat de toets van de OESO wel kan doorstaan: de innovatieaftrek. In deze korte introductie tot de nieuwe aftrek bekijken we welke rechten en welke inkomsten voor de aftrek in aanmerking komen.

 

Wat?

 

De aftrek voor innovatie-inkomsten is een aftrek van 85 % voor inkomsten uit bepaalde intellectuele eigendomsrechten. Deze aftrek is de opvolger van de aftrek van octrooi-inkomsten die onder druk van de OESO werd afgeschaft. Er geldt nog wel een overgangsmaatregel die loopt tot 30 juni 2021 en die kan worden toegepast voor octrooien aangevraagd vóór 1 juli 2016. De belastingplichtige mag (of beter moet) kiezen welke van de twee regimes (octrooiaftrek of innovatieaftrek) hij dan wil toepassen.

 

Welke ‘rechten’?

 

Het toepassingsgebied van de innovatieaftrek is ruimer dan dat van de (vroegere) octrooiaftrek.

 

Komen net als vroeger nog steeds in aanmerking voor een aftrek:

 

  • octrooien
  • aanvullende beschermingscertificaten

 

Voor de innovatieaftrek worden daar nog de volgende intellectuele eigendomsrechten aan toegevoegd:

 

  • auteursrechtelijk beschermde computerprogramma’s, waaronder ook afgeleide werken en de aanpassing van een bestaand computerprogramma
  • kwekersrechten met betrekking tot gewassen die zijn aangevraagd of verworven na 30 juni 2016
  • weesgeneesmiddelen (dit zijn geneesmiddelen voor zeldzame ziektes), voor de eerste tien jaar van inschrijving in het Europees Register en als ze werden aangevraagd of verworven na 30 juni 2016
  • van overheidswege toegekende data- of marktexclusiviteit voor gewasbeschermingsmiddelen, voor geneesmiddelen voor menselijk of diergeneeskundig gebruik of voor weesgeneesmiddelen, voor de eerste tien jaar, ongeacht of deze exclusiviteit wordt toegekend op grond van Europese regels, nationale bepalingen of bepalingen van internationaal recht

 

De auteursrechtelijk beschermde computerprogramma’s zijn een bijzonder geval.  Voor software moet de auteursrechtelijke bescherming immers niet worden aangevraagd, maar ontstaat die automatisch. Twee voorwaarden moeten wel gerespecteerd worden: (i) De software moet voortkomen uit een onderzoeks-of ontwikkelingsprogramma zoals gedefinieerd in het kader van de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing. Om zekerheid te verkrijgen dat deze voorwaarde is vervuld kan de vennootschap advies vragen aan BELSPO (dienst bezig met federaal wetenschapsbeleid).  (ii) Het auteursrechtelijk beschermd computerprogramma moet ‘nieuw’ zijn. Dit wil zeggen: het mag nog geen inkomsten hebben voortgebracht vóór 1 juli 2016.  Interessant is dat ook zelf ontwikkelde software die enkel intern gebruikt wordt om de eigen bedrijfsprocessen te verbeteren, in aanmerking komt. De software hoeft dus niet gecommercialiseerd te worden.

 

Let op: de opsomming hierboven is limitatief.  Dat wil zeggen dat de intellectuele eigendomsrechten die niet onder één van deze categorieën vallen, ook buiten het toepassingsgebied van de innovatieaftrek vallen. Zo komen ‘merken’ die wel als een intellectueel eigendomsrecht kunnen worden beschouwd, toch niet in aanmerking.

 

De vennootschap moet volle eigenaar, mede-eigenaar, vruchtgebruiker, licentiehouder of rechtenhouder zijn van de rechten om de aftrek te kunnen toepassen. 

 

Welke inkomsten?

 

Alle vormen van licentievergoedingen vallen onder het toepassingsgebied, o.a. royalty’s, vaste vergoedingen en voorwaardelijke vergoedingen.

 

Daarnaast komt het zogenaamde ‘inbegrepen royalty’ in aanmerking:  dit is een ‘fictieve licentievergoeding’ wanneer een vennootschap het intellectueel eigendomsrecht niet in licentie geeft maar zelf exploiteert (door diensten te verstrekken of goederen te leveren). De vennootschap mag de aftrek dan toepassen op de hypothetische licentie-vergoeding die ze zou hebben ontvangen als ze wel een licentie zou hebben verleend aan een onafhankelijke derde (in plaats van ze zelf te exploiteren).

 

Ook schadevergoedingen die een vennootschap verkrijgt ter compensatie van een schending van een intellectueel eigendomsrecht door een derde kunnen onder voorwaarden van het regime genieten.

 

Ten slotte kan de vennootschap het intellectueel eigendomsrecht ook vervreemden. De vergoeding die ze daar voor ontvangt valt ook onder het toepassingsgebied. Voorwaarde is dat het intellectueel eigendomsrecht ten laatste tijdens het voorgaande belastbare tijdperk tot stand is gebracht of minstens 24 maand vóór de vervreemding werd aangeschaft. De verkregen vergoeding moet binnen de vijf jaar (vanaf de eerste dag van het kalenderjaar waarin de vervreemding heeft plaatsgevonden) volledig wordt geherinvesteerd in ‘kwalificerende’ uitgaven. 

 

 

 BELWVB2017 

 Auteur Yves Verdingh geeft op monKEY in de module Vennootschapsbelasting meer uitleg. U kan ook zijn ‘Aangiftegids Vennootschapsbelasting’ consulteren. U vindt er onder meer informatie over de overgangsmaatregel, de berekening van de aftrek (de nexus-approach), de bestanddelen waarop de aftrekbeperking van toepassing is en de formele voorwaarden.

 

Geïnteresseerd in een opleiding over de nieuwe innovatieaftrek? Kijk dan hier.


694 keer bekeken

Rubrieken: Vennootschapsbelasting

octrooiaftrek innovatieaftrek










Favoriete tweets van TaxWorld