Login

Hoe een standaardwerk schrijven temidden van alle hectiek op een regeringskabinet…


Gepubliceerd door: Koen Janssens, belastingconsulent Kluwer

Tom Jansen

Het boek  “De fiscale maatregelen van Di Rupo : het volledige overzicht” is geschreven door twee auteurs die het tot stand komen van de nieuwe fiscale wetgeving van het afgelopen jaar van op de eerste rij meegemaakt hebben, namelijk vanuit het kabinet van een staatssecretaris en een minister. Over het leven op een kabinet doen allerlei wilde verhalen de ronde, dus het leek ons een ideale gelegenheid om de auteurs eens te vragen hoe dat nu werkelijk zit, en om eens een kijkje achter de schermen te nemen bij het tot stand komen van onze wetgeving.

 

Kloppen de heroïsche verhalen over nachtwerk, en over beslissingen die erdoor gedrukt worden door diegene die het best tegen de slaap kan vechten?

De regering Di Rupo heeft op dat vlak een stijlbreuk ingeleid. De premier stopt graag “al” om middernacht of kort erna. Na een korte debriefing zoeken dan ook de kabinetsmedewerkers hun bed op. Ook het voorbereiden van de vergaderingen van de volgende dag gebeurt niet meer ’s nachts, maar in de ochtend van de volgende dag.

 

Voor de conditie en de gezondheid van de betrokkenen scheelt dat toch wel een heel stuk. Het nadeel van die werkwijze is echter dat er vaak gestopt wordt vooraleer er een definitieve beslissing gevallen is. En dat, door de ontknoping uit te stellen tot de volgende dag, iedereen de gelegenheid krijgt om met nieuwe (tegen)argumenten op de proppen te komen. Wat dan de vervolgvergadering er wel des te levendiger maar niet bepaald gemakkelijker op maakt.

 

Is het daarom dat Di Rupo in de pers wel eens het verwijt krijgt te bedachtzaam te zijn en te traag te werken?

Dat beeld klopt niet. Minder dan één maand na het regeerakkoord zat de eerste grote programmawet al bij het parlement. Er zijn tot nu toe al drie grote verzamelwetten in het Staatsblad verschenen, en twee andere zijn nog in behandeling. Sinds de volmachtenperiode in 1996 heeft geen enkele regering er zo snel zo veel fiscale maatregelen doorgedrukt.

 

Gaat die snelheid dan niet ten koste van de kwaliteit? Tenslotte moesten verschillende maatregelen al kort na publicatie bijgestuurd worden, soms zelfs meermaals.

Aan een dergelijk tempo zijn ‘foutjes’ nu eenmaal onvermijdelijk. Dat de regering alert reageert op lacunes in de wetgeving, kan je ook positief bekijken. Meer in het algemeen mag men niet uit het oog verliezen dat de regering – en de kabinetsmedewerkers die schrijven aan de wetten – in alles wat ze doen, gebonden zijn door het regeerakkoord. Dat is het resultaat van een delicaat en moeizaam bevochten politiek compromis, en is daarom niet vatbaar voor bijsturing. Iedereen wil zijn visie doordrukken, wil eigen accenten leggen, waardoor het uiterst moeilijk wordt om consequente en samenhangende maatregelen te nemen. Temeer daar sommigen ook zeer gehecht zijn aan pure symbolen. Bovendien draait het regeerakkoord in de eerste plaats om bedragen: begrotingsdoelstellingen, geschatte opbrengsten. Concrete fiscale maatregelen worden geschreven op maat van die opbrengsten, wat soms tot hoogst onverwachte percentages of drempels leidt.

 

Hogere rekenkunde dus?

Absoluut. Een voorbeeld van zo’n hogere rekenkunde is de nieuwe fiscale regeling voor bedrijfswagens. Die moest 200 miljoen opbrengen, en in de laatste nacht van de regeringsonderhandelingen is beslist dat die last gelijk gespreid moest worden over werknemers en werkgevers. Hoe men de werkgevers concreet moest laten bijdragen, wist op dat moment geen mens. De weg via de verworpen uitgaven was een ingeving van het laatste moment. Het percentage van het voordeel van alle aard dat in de verworpen uitgaven opgenomen moet worden (17%), is vervolgens puur vastgelegd in functie van die begrotingsdoelstelling. De helft van 200 miljoen is 1/7 van 700 miljoen (de totale belasting op voordelen van alle aard m.b.t. auto’s). Dus staat in de formule voor het belastbare voordeel voor de werknemer 6/7. De rest, of ongeveer 15%, moet de werkgever bijdragen. Die ca. 15% werd dan gewogen volgens het tariefverschil tussen de personenbelasting (gemiddelde aanslagvoet 39%) en de vennootschapsbelasting (33%). Zo kwam men uit bij het percentage van 17% in de wet.

 

Een probleem is dat heelder wetten op die manier opgehangen zijn aan opbrengsten die alleen maar schattingen zijn, en waarbij vaak geen rekening gehouden is met allerlei afwentelingseffecten. Bijsturing ter gelegenheid van een volgende begrotingscontrole wordt dan vaak onvermijdelijk. De “geschatte” opbrengst op zich is trouwens al deel van een politiek compromis, waarbij elke partij natuurlijk probeert om de effecten zo optimistisch of zo pessimistisch mogelijk voor te stellen, al naargelang het haar uitkomt.

 

Het maakt het werk van een expert op een kabinet er niet gemakkelijker op. Maar de sfeer is goed. Het gevoel heerst dat er echt iets veranderd kan worden. Nu de eerste golf aan begrotingsmaatregelen in wetgeving omgezet is, komt er tijd voor het fundamentelere werk. Al tien jaar roept iedereen dat de Belgische fiscaliteit veel te ingewikkeld is en dat vereenvoudiging het eerste gebod is. Op dat punt is zeker actie te verwachten in het komende jaar…

 

fiscale maatregelen De fiscale maatregelen van Di Rupo : het volledige overzicht 
(Tom Jansen en Ariel Gonzalez)
 

 


1284 keer bekeken

Rubrieken: Kluwer

Tags: Di Rupo begroting







Favoriete tweets van TaxWorld