Login

Nederlandse rechter beslist wederom in voordeel grensarbeiders


Gepubliceerd door: Kurt van Heerewaarden

De niet-inwoner die de (hypotheek)rente op diens buitenlandse eigen woning in aftrek wil brengen van zijn Nederlands inkomen moet op basis van de Nederlandse wet kiezen voor de behandeling als binnenlands belastingplichtige. Deze keuze brengt echter diverse nadelen met zich mee, waardoor het keuzerecht al sedert de invoering in strijd wordt verondersteld met Europees recht. De Nederlandse Belastingdienst lijkt tegen beter weten in nog steeds een andere mening toegedaan. Eerder dit jaar heeft Rechtbank Breda (18 april 2011, nr. 10/2769) al aangegeven dat de rente in verband met de buitenlandse eigen woning in aftrek op het Nederlands inkomen dient te worden toegestaan ook zonder te opteren. Ook Hof Den Bosch (25 november 2011 – nog niet gepubliceerd) bevestigt nu dit standpunt in het voordeel van de belastingplichtige.

 

Rechtbank Breda

Rechtbank Breda bevestigde in april van dit jaar dat in een situatie waarin door belanghebbende aan de Schumacker-norm werd voldaan, niet gekozen dient te worden voor de behandeling als binnenlands belastingplichtige om de negatieve inkomsten uit de eigen woning in aftrek toe te laten (Zie ook bijdrage op TaxTalk van 19 maart 2010). Daar was niet in geschil dat de belastingplichtige nagenoeg zijn gehele inkomen genoot uit Nederland en daarmee aan de Schumacker-norm voldeed. Hierop volgde een beroepsprocedure bij Hof Den Bosch.

 

Beroep bij Hof Den Bosch

De Belastingdienst handhaafde in hoger beroep eerst haar stelling dat ook indien voldaan is aan de Schumacker voorwaarden er toch nog steeds gekozen dient te worden voor «binnenlandse belastingplicht» om de rente in aftrek te kunnen brengen. In haar verweerschrift voor het Hof brengt zij echter verder nog naar voren dat in het woonland (België) de betaalde rente al in mindering was gebracht tot het Belgische kadastraal inkomen. Daarmee meende de inspecteur dat in het woonland al voldoende rekening gehouden was met de persoonlijke / gezinssituatie van belastingplichtige en Nederland zo geen renteaftrek meer diende te verlenen.

 

Blijkens een vorige maand voor publicatie vrijgegeven uitspraak van Hof Den Bosch (7 juli 2011, nr. 09/00160) oordeelde het Hof in juli van dit jaar op dit punt al eerder dat dit volgens de Nederlandse Hoge Raad  (Nederlands hoogste college in belastingzaken) niet juist is. Het Hof oordeelde destijds al dat  het reeds voldoende was dat men voor ten minste 90% van zijn belastbare inkomen in Nederland aan de belastingheffing is onderworpen teneinde aan de Schumacker norm te voldoen. Het hof was op grond van eerder uitspraken (het arrest Renneberg) van oordeel dat – om te vermijden dat inbreuk wordt gemaakt op het vrije verkeer van werknemers – rekening moest worden gehouden met negatieve inkomsten uit de eigen woning in België. Dit evenwel – zoals de Hoge Raad reeds eerder oordeelde – zonder belang te hechten aan het feit of de belastingplichtige recht heeft op een aftrekmogelijkheid in België.

 

Gelet op dit standpunt viel al te verwachten dat het Hof belanghebbende in hoger beroep wederom in het gelijk zou stellen, hetgeen thans is geschied. Het Hof deed dit evenwel op andere gronden. Het Hof oordeelde hier dat nu de inspecteur in haar uitlatingen tijdens de procedure al had aangegeven dat aan de Schumacker norm was voldaan en dit niet onverwijld en onmiskenbaar had herroepen dit in deze fase niet meer kon doen. Temeer daar het ingenomen standpunt van de belastingplichtige niet zozeer in strijd is met een juiste rechtstoepassing dat de inspecteur hier niet aan gehouden mag worden. De belastingplichtige mocht hier derhalve op vertrouwen.

 

Op formele gronden werd zo toch het gewenste resultaat door de belastingplichtige behaald. Dit zonder verder op de aftrekmogelijkheid in het woonland in te gaan. De rente mag aldus volgens het Hof worden afgetrokken zonder te opteren. Zo heeft belanghebbende geen last van de inhaal en terugploegregeling. Voor de praktijk had een overwinning op meer inhoudelijke gronden de voorkeur gehad. Immers over het volgende jaar kan nu opnieuw de discussie gaan lopen. Een eventuele stap naar de Hoge Raad lijkt hier niet voor de hand te liggen maar moet nog worden afgewacht. Van belang blijft wel om alle rechten veilig te stellen en de overige procedures nauwgezet te blijven volgen. De Nederlandse fiscus staat voorlopig wel 2-0 achter !

 

(Mr K.A. van Heerewaarden)


2529 keer bekeken

Rubrieken: België-Nederland







Favoriete tweets van TaxWorld