Login

Samenwonenden in het schenkings- en successierecht


Gepubliceerd door: Anne Meyus

Meer en meer mensen wonen samen zonder te kiezen voor het huwelijk. Dit kan problemen stellen wanneer één van hen overlijdt. In tegenstelling tot gehuwden kunnen samenwonenden immers niet terugvallen op een wettelijk (automatisch) erfrecht.

 

Wettelijke en feitelijke samenwoning

Sinds 1 januari 2000 beschikken twee personen, al dan niet van hetzelfde geslacht, die gaan samenwonen, over de mogelijkheid om te opteren voor het statuut van wettelijke samenwoning. Daartoe dienen zij een schriftelijke verklaring af te leggen ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeenschappelijke woonplaats. Omschreven in de artikelen 1475 tem 1479 BW, geldt deze definitie in de drie gewesten.

 

De feitelijke samenwoning beoogt de situatie waarbij twee of meer personen de facto samenleven, zonder een verklaring van wettelijke samenwoning te hebben afgelegd. Merk op dat, in tegenstelling tot de wettelijke samenwoning, de feitelijke samenwoning mogelijk is tussen meer dan 2 personen.

 

Erfrecht

Sinds 18 mei 2007 hebben wettelijk samenwonenden ook een beperkt erfrecht. De langstlevende wettelijk samenwonende verkrijgt, met welke erfgenamen hij ook tot de nalatenschap komt, het vruchtgebruik van het onroerend goed dat tijdens het samenwonen het gezin tot gemeenschappelijke verblijfplaats diende (de “gezinswoning” dus) en het daarin aanwezige huisraad.

 

Een groot verschil met gehuwde partners is echter dat de wettelijk samenwonende partner géén reservataire erfgenaam is. Dit betekent dat de wettelijk samenwonende partner volledig kan onterfd worden door een testament of door schenkingen die de partner tijdens zijn leven heeft gedaan. Indien wettelijk samenwonenden zekerheid wensen te krijgen over de gezinswoning, dienen zij derhalve zelf nog een regeling te treffen.

 

Wanneer de wettelijk samenwonenden dit erfrecht wensen uit te breiden, bv. een vererving van de gezinswoning in volle eigendom, of een erfrecht op andere vermogensbestanddelen, dan moet dit steeds uitdrukkelijk gebeuren. Dit kan bijvoorbeeld via een schenking (met uitwerking tijdens het leven), of via een testament (met uitwerking na het overlijden).

 

Feitelijk samenwonenden hebben géén erfrecht. Wanneer twee of meerdere personen feitelijk samenwonen en elkaar wensen te bevoordelen bij overlijden van één van hen, dan moeten zij daartoe zelf een initiatief nemen, bijvoorbeeld via een schenking of testament.

 

Schenkings- en successierechten

Na een meestal uitdrukkelijke begunstiging, moeten samenwonenden de fiscale gevolgen van deze begunstiging voor ogen houden. Samenwonenden hebben veelal geen juridische band met elkaar en hierdoor vallen zij in het schenkings- en in het successierecht in beginsel onder de tariefschaal “vreemden”, met veelal torenhoge belastingen tot gevolg (tot 80%).

 

Sinds enkele jaren hebben de verschillende gewesten de tarieven voor schenkingen en verervingen tussen samenwonenden gelijkgesteld met de tarieven die gelden voor gehuwden. Maar door de regionalisatie van het schenkings- en successierecht verschillen de definities van “samenwonenden” van gewest tot gewest. Per gewest zijn de definities van “samenwonenden” wel dezelfde voor de schenkings- én de successierechten. Een overzicht.

 

Vlaams gewest

De Vlaamse decreetgever kent zowel de wettelijk als de feitelijke samenwoning.

De gelijkstelling met echtgenoten inzake de tarieven van schenkings- en successierechten geldt vooreerst voor de “wettelijk samenwonenden”. Deze gelijkstelling geldt vanaf de dag waarop de verklaring van wettelijke samenwoning wordt ondertekend.

 

Maar de gelijkstelling geldt eveneens, in tegenstelling tot de twee andere gewesten, voor de “feitelijk samenwonenden”. Onder feitelijke samenwoning verstaat men de situatie waarbij twee of meer personen op de dag van de schenking, resp. op de dag van het overlijden, minstens één jaar feitelijk samenwonen én een gemeenschappelijke huishouding voeren.

Een uittreksel uit het bevolkingsregister houdt een weerlegbaar vermoeden in van ononderbroken samenwoning en van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding.

 

Onder deze omschrijving vallen bijvoorbeeld de (ongehuwde) kinderen die na het overlijden van hun ouders beslissen om in het ouderlijke huis te blijven wonen en er een gemeenschappelijke huishouding voeren. Na één jaar feitelijk samenwonen kwalificeren zij als feitelijk samenwonenden en kunnen zij – mits ze van elkaar erven – genieten van de tarieven “tussen echtgenoten”. Ook kloostergemeenschappen kunnen in aanmerking komen als feitelijk samenwonenden en zo gebruik maken van de lagere tarieven.

 

Vrijstelling van successierechten op de gezinswoning

Voor nalatenschappen die zijn opengevallen na 1 januari 2007 in het Vlaams Gewest, kan de gezinswoning worden geërfd zonder betaling van successierechten.

Feitelijk samenwonenden kunnen de vrijstelling inzake de gezinswoning enkel verkrijgen indien ze, op het moment van het overlijden, minstens drie jaar ononderbroken met de erflater hebben samengewoond én een gemeenschappelijke huishouding hebben gevoerd.

Bovendien mag de wettelijk of feitelijk samenwonende die een aandeel verkrijgt in de gezinswoning noch een bloedverwant in de rechte lijn van de erflater zijn (bv. kinderen, kleinkinderen, ouders), noch een rechtverkrijgende die voor de toepassing van het tarief wordt gelijkgesteld met een rechtverkrijgende in rechte lijn (bv. stiefkind, zorgkind). De vrijstelling geldt dus bijvoorbeeld niet voor de inwonende vader/moeder of zoon/dochter, ook al kunnen zij in principe onder de definitie van feitelijk samenwonenden vallen.

 

Brussels Hoofdstedelijk gewest

In het Brussels Hoofdstedelijk gewest worden enkel de wettelijk samenwonenden gelijkgesteld met echtgenoten inzake de tarieven van schenkings- en successierechten. En ook hier geldt de gelijkstelling vanaf de dag waarop de verklaring van wettelijke samenwoning wordt ondertekend.

 

Feitelijk samenwonenden kunnen hier – in tegenstelling tot Vlaanderen – geen gebruik maken van de tarieven “echtgenoten”, zelfs voor wie reeds jaren samenwoont. Voor hen worden de toepasselijke schenkings- en successietarieven nog steeds bepaald in functie van hun verwantschapsband met de schenker of de overledene, en deze lopen dus in de meeste gevallen op tot 80%.

 

Waals gewest

Ook het Waals gewest kent een gelijkstelling van de wettelijk samenwonenden met echtgenoten inzake de tarieven van schenkings- en successierechten. Dit tarief is onmiddellijk na de ondertekening van de verklaring van wettelijke samenwoning van toepassing.

 

Net zoals het Brussels Hoofdstedelijk gewest houdt het Waals gewest fiscaal geen rekening met de feitelijk samenwonenden en worden zij belast naargelang hun verwantschap met de overledene, met dus meestal schenkings- en successietarieven tot 80%.

 

Fiscale woonplaats

Om te weten onder welke regeling men valt, moet men teruggrijpen naar het fiscaal domicilie van de schenker op het ogenblik van de schenking, resp. van de overledene op het ogenblik van het overlijden. Woont de schenker of de erflater op dat ogenblik (bijvoorbeeld) in het Vlaams gewest, dan zal men voor de definitie van samenwonenden mogen teruggrijpen naar de Vlaamse (dubbele) omschrijving van samenwonenden. Wanneer de schenker of de overledene zijn fiscale woonplaats in de loop van de vijf jaar voorafgaand aan de schenking of zijn overlijden op meer dan één plaats in België had gevestigd, moet gekeken worden naar de definitie van het gewest waar hij tijdens deze periode het langst heeft gewoond. Als de schenker op het ogenblik van de schenking of de erflater op het ogenblik van zijn overlijden weliswaar in het Vlaams gewest woonde, maar blijkt dat hij in de periode van vijf jaar voorafgaand aan zijn overlijden het langst in (bijvoorbeeld) het Waals gewest woonde, dan moeten we teruggrijpen naar de Waalse definitie van samenwonenden.

 

Voor wettelijk samenwonenden zal dit geen verschil uitmaken, maar uiteraard wel voor feitelijk samenwonenden. Immers, in het Vlaams gewest kunnen ook zij, na één jaar, genieten van het tarief “echtgenoten”.

 

Besluit

De nieuwe samenlevingsvormen kregen in de verschillende gewesten een eigen inkleuring. Voor samenwonenden die een verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd op het ogenblik dat één van hen schenkt of overlijdt, is de regeling uniform in de drie gewesten. Er is een fiscale gelijkstelling met “echtgenoten”.

Feitelijk samenwonenden hebben er daarentegen alle belang bij om zich tijdig in het Vlaamse gewest te vestigen. Daar kunnen zij, heel snel, terugvallen op de tarieven “tussen echtgenoten”. En dit kan hen een aanzienlijke belastingbesparing opleveren: wie in Vlaanderen met de schenker, resp. de erflater minstens één jaar samenwoont en een gemeenschappelijke huishouding voert, ziet zijn schenking belast worden aan een maximumtarief “tussen echtgenoten” van 30%, of zijn erfenis aan maximum 27% (in plaats van 80% tarief “vreemden” in Brussel en Wallonië)!


7592 keer bekeken

Rubrieken: Successierechten Registratierechten

Tags: samenwonen successie feitelijk samenwonen wettelijk samenwonen







Favoriete tweets van TaxWorld